Verhaal: Nieuwe Zorg doet Dageraad gloren

…………………………..

Bij een tweede bezoek, wanneer we met de eigenaar naar binnen gaan, groeit het
enthousiasme bij het zien van het achteronder anno 1905. De enige
verandering die het ooit ondergaan heeft, is het wegwerken van het
kraalschroten plafonnetje door hardboardplaten. Alle paneeldeurtjes hebben hun
eigen maat en ronde vorm en lopen perfect mee met de ronding van het
achterschip. De okergele en bruine lijnolieverf vertoont nogal wat craquelé,
maar is verder nauwelijks aangetast. Het lijkt wel een museum.
En dan te bedenken dat tot voor kort hier nog een volledig leven geleefd werd!
We kijken, bekloppen, tillen planken op, zetten dingen opzij en gaan in de weer
met de duimstok. De den is met vijftien centimeter verhoogd. Dat is de enige
niet-originele, maar tevens zeer welkome verandering, want daardoor biedt het
stahoogte aan ons, lange mensen van een nieuwe generatie.
In het vooronder staan potten verf, olie, teer en kwasten. Er liggen enkele
gereedschappen, maar ook essentiële onderdelen als staanders voor een
zonnetent, inclusief een katoenen kleed, compleet met hennep-lijntjes voor het
vastzetten. Tevens al het ijzerwerk voor het bevestigen van de zetboorden.
Een onbekend ijzeren voorwerp identificeren we later als een speciaal gevormde
borg voor de ophanging van het zwaard.

Als ook nog blijkt dat roer, zwaarden en rondhouten reeds opnieuw gemaakt zijn
en elders opgeslagen liggen, dan kunnen we niet anders dan overgaan tot
onderhandelen over de aankoop. De Nieuwe Zorg gaat daarom de werf op. Alles
blijkt goed. Ondanks dat we nog niet veel meer kunnen doen dan met teerkwasten
en -rollers rondzwaaien, gaat het toch al voelen als “ons schip”. Hoe langer
we naar dit eenvoudige scheepje kijken, hoe meer het een juweel wordt. Het
enige obstakel vormt de naam Nieuwe Zorg. Op een of andere manier wil dat niet
passen. Wellicht omdat een nieuwe zorg nou net het laatste is dat we erbij willen nemen.
Hoewel duidelijk is dat het hard werken geblazen wordt, willen we dat
relaxed en leuk houden. Dat stelt ons voor de opgave om een nieuwe
naam te bedenken. Een naam waar we het met elkaar over eens moeten worden
en die moet voldoen aan de eisen: ouderwets, Hollands en bij voorkeur met een
onbekende belofte of wens in petto. Het begrip DAGERAAD heeft dat allemaal in
zich.

Half januari 1997 wordt de koop definitief gesloten

Zowel bij de notaris als in het kadaster wordt de naam DAGERAAD te boek gesteld. Van dan af  valt een hoop te bedenken, te onderzoeken en daadwerkelijk met de handen te wapperen. Daarbovenop en tegelijkertijd ook nog zorgen dat daar het benodigde geld voor beschikbaar is. Voorwaar geen kleinigheidje.
Op enig moment willen we ligplaats kiezen in onze woonplaats Hasselt; dat betekent dat er tezijnertijd een originele hasselter aak in de stad Hasselt komt!

1998. Een dik jaar verder, de eerste klussen geklaard en plannen voor nog veel meer

In de winter van 1998, ruim een jaar na de eerste aanblik, kennen we alle spanten en
ongeveer iedere klinknagel. De eerste vaartochten zijn gemaakt; op eigen motorkracht heen en weer van Hasselt naar Rotterdam. Een tuigplan is niet alleen in gedachten, maar ook al getekend en berekend.
We hebben een fotomap aangelegd met herinneringen aan de zwammen,
de schimmels en het roest van de eerste maanden, aangevuld met de werklijstjes, begrotingen, schetsen en tekeningen. Het laat zien hoe immens veel werk er verzet is. Dat helpt om de tijd te overbruggen die nog te gaan is voordat we de zeilen kunnen hijsen.

Veel verhalen over het restaureren van schepen zijn er reeds geschreven.
Allemaal gaan ze over de zoektocht naar de oorsprong van een schip, het leven
en werken aan boord in de tijd dat men er brood mee op de plank moest varen.
Over de tijd dat zeilende schepen economisch niet meer rendabel waren en ze
verlaten werden, eventueel nog een bestemming kregen als woonschip of in het
ergste geval op een sloop hun einde vonden. En over de aandacht en liefde
waarmee sommige gekken één van die schepen weer in oorspronkelijke staat
terugbrengen.

Het bijzondere aan hasselteraak Dageraad

Wat de DAGERAAD tussen alle verhalen over resatauratie en behoud bijzonder maakt, ligt voornamelijk in het feit dat dit schip slechts in heel geringe mate met zijn tijd is meegegaan en pas in 1996 in nog redelijk originele staat te koop kwam. Volgens de meetbrief in 1905 gebouwd op werf Appelo te Zwartsluis als aakschip, staal met dek. Laadvermogen “drie en zestig kubieke meter en zeshonderd vijftien kubieke decimeter”.
In 1951 zijn de zeilen eraf gehaald, het mastdek ging eruit en de den werd met 15 cm verhoogd. Een Leeuwense vlet met een A-Ford ging als opduwer fungeren. Voor de rest bleef alles precies zoals het altijd geweest was. Rond 1966 nam zoon Meye Tjeerdsz, die na de dood van zijn ouders schipper-eigenaar was, een baan aan de wal. Hij bleef aan boord wonen en heeft later een eenvoudige woonruimte in het ruim laten maken. Degene die dit timmerwerk uitvoerde, deed dit in ruil voor de opduwer. Zodoende is het schip sindsdien niet meer van haar plaats
aan het Westerdok weggeweest. Veel liefhebbers met oog voor mooie schepen
probeerden Meye Tjeerdsz aan te spreken in de hoop hem te overhalen de Nieuwe
Zorg te verkopen. Maar dat was absoluut niet aan de orde. Hij leefde er zijn
leven, ook na zijn pensionering, en dat was goed.

In 1992 stierf hij. De familie was overtuigd dat dit waardevolle bezit in de
familie moest blijven. Er werden plannen gemaakt voor de restauratie. Als
eerste stond het houtwerk op de lijst, want dat was ook het eerste dat
zichtbaar ontbrak en direct afbreuk deed aan het oorspronkelijke beeld van de Nieuwe Zorg. Een van de zwaarden was in de buurt van het schip onder water
verdwenen. Dat werd opgevist en samen met het verrotte eikenhouten roer naar
Urk gebracht, waar voormalig botterbouwer Flux alles exact namaakte en van het
oude beslag voorzag. Een van de zussen van Meye Tjeerdsz gaf aanwijzingen voor de maten
van mast, giek en bokkepoten. Zij ging daartoe op het schip staan en kon zich
weer voor de geest halen dat bijvoorbeeld de mast, als die gestreken was, tot
precies over de kont reikte. Dus maakte Flux een lariks mast met een lengte
van 14 meter. Uiteindelijk waren tijdgebrek en ligplaatsperikelen de
redenen om tot het verkopen van de Nieuwe Zorg over te gaan.